BUSINESS
Nóg meer mijnbouwschadedossiers!
Wij gaan onze kennis en ervaring nu ook in Limburg inzetten
CED heeft een nieuwe opdracht binnengehaald, één met veel maatschappelijke impact. In Zuid-Limburg gaan we bijdragen aan het beoordelen van schades, ontstaan door de vroegere steenkoolwinning. Inmiddels kunnen we ons als CED expert noemen op het gebied van mijnbouwschade. In Groningen houden we ons immers al ruim 10 jaar met dergelijke schades bezig. Onze opgedane ervaring daar speelde een belangrijke rol in de gunning van deze nieuwe business. Teammanager Property Niels Dekker, Business Developer Yasmine Rjiba en Manager CED Groningen Frank van Alphen vertellen.
1. De achtergrond
De minister van Klimaat en Groene Groei (KGG) heeft een speciale regeling opgezet voor mensen die eigenaar én bewoner zijn van een woning, die schade heeft als gevolg van de vroegere mijnbouw. De mijnen zijn weliswaar al 50 jaar dicht, maar verandering van de grondwaterstand in de mijnen zorgt voor bodembewegingen en dat leidt weer tot scheuren in woningen en gebouwen. Bewoners kunnen een aanvraag voor schadevergoeding indienen bij het speciaal opgerichte I3ML: Instituut voor Milieu, Mens en Mijnbouw Limburg. Dit instituut vraagt advies aan de Commissie Mijnbouwschade, waarna de minister van KGG een besluit neemt over de schadevergoeding.
Scroll door ▼
2. Het tenderproces
In de offerte-aanvraag (de tender) was het werk verdeeld in 3 zogeheten percelen: (1) de opname van een schade; (2) het berekenen van de herstelkosten en (3) het onderzoeken van de oorzaak van een schade als deze boven de 10.000 euro ligt. Per perceel worden meerdere deskundige partijen ingeschakeld. Om dit tenderproces zorgvuldig aan te vliegen hadden we input nodig vanuit de hele CED-organisatie. Daarom werd er een cross-functioneel team samen gesteld (zie kader) met Yasmine Rjiba van Business Development als projectleider. ‘Iedereen moest de agenda’s zoveel mogelijk vrijmaken om zich hier met volle focus op richten,’ vertelt zij. ‘We hadden hier slechts 2 maanden de tijd voor; het was een snelkookpan. Na een gezamenlijke kick-off ging ieder voor zich met enkele criteria van de opdrachtgever aan de slag. Die moesten worden uitgewerkt tot overtuigende stukken. Input verzamelen. Schrijven. Fijnslijpen en aanvullen. Totdat we er allemaal helemaal tevreden over waren. Na het indienen van ons voorstel was het wachten, maar gelukkig duurde het niet lang voordat duidelijk was dat de opdracht voor zowel perceel 1 als perceel 2 ons gegund was.’
Tenderteam Limburg
Voor het Limburgse tenderproces werd een cross-functioneel team samengesteld met:
- Bob van Ierland vanuit de directie;
- Frank van de Molen, Frank van Alphen en Tonny Baas vanuit CED Groningen;
- Angela Wessels, Mariska van der Sluis en Wim den Ouden vanuit CED en EMN;
- Dragan Jususfovic vanuit Business Control;
- Muriel Vels vanuit Legal;
- Maaike Smit en Daphne Nijen Twilhaar vanuit HR;
- Renate van Empelen als Tender Support;
- Yasmine Rjiba van Business Development als projectleider.
Scroll door ▼
3. De opdracht
De gunning bewijst dat onze expertise en onafhankelijke werkwijze ook in dit complexe en politiek gevoelige dossier wordt gewaardeerd. CED mag aan 2 percelen meewerken: het opnemen van de schades (samen met 2 andere partijen) en het berekenen van de herstelkosten (samen met 1 andere partij). Teammanager CED Property Niels Dekker vertelt hoe dit in z’n werk zal gaan: ‘Onze schadeopnemers gaan samen met een Zaakwaarnemer van de Commissie Mijnbouwschade op locatiebezoek. Daar maken ze foto’s en beoordelen ze de schade. Vervolgens maken ze een opnamerapport. Een ander CED-team maakt de kostencalculaties voor het herstel, door het verslag en de foto’s te interpreteren. Dit hele proces – van schade opnemen tot en met calculatierapportage – mag per dossier niet langer dan 2 weken duren. Het opnameteam bestaat uit 6 collega’s die lokaal opereren. Het calculatieteam werkt vanuit de CED-kantoren in Groningen, Apeldoorn en Capelle. Dit team doet de calculaties voor zowel de Groningse als de Limburgse dossiers. Per kwartaal leveren we een rapportage van de behandelde dossiers.’
4. De praktijk
Begin februari was er een eerste bijeenkomst met alle uitvoerende partijen en de opdrachtgever. Komende periode wordt er op de achtergrond nog nagedacht over werkwijzen en systemen. ‘Het mooie is dat wij – op grond van onze ervaring in Groningen – het vertrouwen hebben gekregen om de werkwijzen voor de eerste 2 percelen uit te denken (opname en calculatie),’ vertelt Yasmine. ‘Tegelijk beginnen we al met de eerste dossiers uit ‘trance 0’. Dat zijn gebouwen waarover al eerder schademeldingen zijn binnengekomen. Alle dossiers worden gelijkmatig over de gekozen partijen verdeeld.’ Niels vult aan: ‘We pakken de dossiers in eerste instantie op met ons bestaande Property-team en het Groningen-team. Volgend jaar verwachten we dat het aantal dossiers zal toenemen. Volgens schatting zijn er 83.000 getroffen gebouwen in de regio... Stapsgewijs wordt er een postcodegebied ‘vrijgegeven’ van waaruit schades gemeld mogen worden. Gelukkig is het voor ons bijna ‘business as usual’.’
Extra vereiste: maatschappelijke impact maken
Opdrachtgevers, zeker vanuit de overheid, vragen bij het gunnen van een opdracht steeds vaker om ‘social return’. Dat was bij Groningen zo, en nu ook bij Limburg. Bij deze laatste werd er specifiek gevraagd om een plan voor de inrichting en uitvoering van een social return-proeftuin. Een social return-proeftuin is bedoeld om maatschappelijke impact te realiseren. Bijvoorbeeld door mensen met afstand tot de arbeidsmarkt aan werk en inkomen te helpen, of het perspectief daarop voor hen te verbeteren. ‘Omdat dit ook bij de nieuwe aanbesteding in Groningen een vereiste was, was ik hier al mee aan de slag!’ vertelt Frank van Alphen. ‘Om de kostencalculaties van de schades in Groningen en Limburg uit te mogen voeren zijn officieel bouwkundigen nodig. En die zijn schaars. Veel statushouders beschikken wél over de juiste opleiding. Via een detacheringsbureau kwam ik in contact met statushouders uit Syrië, Jemen en Iran. Zij hebben een technische opleiding, spreken goed Engels en zijn ingeburgerd. Door hen aan te nemen, snijdt het mes aan 2 kanten: voor deze doelgroep komen er mooie banen beschikbaar en als CED kunnen we een sterk team vormen. Wij bieden deze nieuwe collega’s een aanvullende taalopleiding, meer bouwtechnisch, gericht op het werk. Ze krijgen die deels vooraf en deels on-the-job. Inmiddels zijn er al 10 nieuwe collega’s aan de slag!’